Ex-student verpleegkunde Sandra hier. Ja, het is voor mij
alweer een jaartje of honderd geleden dat ik op school zat. Voor mijn gevoel,
althans, want ik verpleeg inmiddels een jaar of veertien als gediplomeerde.
Veertien jaar nu heb ik poep aan mijn handen, soms. Veertien
jaar raak ik mensen aan. Veertien jaar hoor ik hartverscheurend verdriet. Al
veertien jaar prik ik, catheteriseer ik, wondspoel ik, wissellig ik, sondevoed
ik en maak ik mensen beter. Soms. Dat lukt niet altijd. Je kunt niet altijd
winnen van de natuur. Maar ik doe mijn best.
Wat zie ik vaak de ogen groter worden van studenten
verpleegkunde. Vanwege al dat catheteriseren en sondevoeden. Als ze mee mogen
naar een cardioversie (waarbij een dokter met een enorme stroomstoot het hart
even stillegt). Als ze hechtingen mogen verwijderen. Als ik een infuusnaald in
een bloedvat schuif. Als medicijnen worden toegediend, langs die naald, het
lichaam in. Wat cool. O nee, ‘cool’ zeiden ze honderd jaar geleden, ‘vet’
bedoel ik.
Toch wil ik even zeggen, verpleegkundigen in opleiding, dat
al die lijnen, slangen, wonden niet het vak interessant maken. Het gaat niet om
de apparaten en handelingen. Het gaat om de ogen. De ogen van een patiënt,
cliënt, bewoner, die maken ons werk fantastisch. De mens om de slangen. De mond
om de pillen. Dat maakt ons vak zo boeiend.
Vorige week nog, ging ik strálend naar huis. En ik had
keihard gewerkt en met excreta gejongleerd, gedacht dat ik al dat werk nooit op
tijd af zou krijgen. Ik heb echt niet alles leuk gevonden die dag. Er waren
flink vieze klussen, dikke tranen, heftige discussies. Maar ik ging (uitgeput)
breed grijnzend naar huis. Wat een beroep heb ik, dacht ik, wat is dit gaaf.
Een meneer op een bed, gaf mij een zweterige knuffel. Een
mevrouw bood mij een vies dropje aan. Iemand vloog op op de gang: ‘Sandra, wat
ben ik blij dat jij er bent!’ Wat gaaf. Met een paar woorden of soms met
helemaal niks zeggen, iemand helpen. Dát is wat ons beroep zo allemachtig
ingewikkeld en allesoverheersend fantastisch maakt.
Iemands ogen lezen en weten wat je ermee moet. Iemands baard
scheren tot er weer een mens onder vandaan komt. Iemands haren wassen. Moet je
zien hoe mensen daarvan genieten. Een goed gesprek, dwars door je drukte. Even
een grapje aan een sterfbed. Iemand een compliment geven die met zeer veel
tegenzin jouw instructies opvolgt en uit bed komt. Kijk eens naar die ogen van
die man, wankel in zijn schoenen, die ogen die jij een beetje hoop geeft.
Lieve toekomstige verpleegkundigen, het gaat allemaal niet
makkelijk worden. Je gaat huilen, balen, schelden, uitgescholden worden,
onderdrukt worden door artsen, bemopperd door laboranten. Niet elke patiënt is
blij om je te zien. Niet elke collega is even gezellig. Je gaat de dood in
handen houden. Van jou gaat leven afhangen.
Maar als je kijkt in de ogen van een patiënt, aan het eind
van jouw drukke, vermoeiende, ingewikkelde, allesverslindende, lange dienst,
als je zegt: ‘tot morgen!’ dan zul je in die ogen zien wat jij waard bent. Dat
je een goed mens bent. Dat je iets hebt veranderd in de wereld, in het
piepklein. En dan weet je: je hebt een kei-mega-vet-cool-gaaf beroep gekozen!
Volg Sandra vooral ook op twitter!

Geen opmerkingen:
Een reactie posten