woensdag 16 april 2014

Gastblog Sandra Kleefstra

Ex-student verpleegkunde Sandra hier. Ja, het is voor mij alweer een jaartje of honderd geleden dat ik op school zat. Voor mijn gevoel, althans, want ik verpleeg inmiddels een jaar of veertien als gediplomeerde.
Veertien jaar nu heb ik poep aan mijn handen, soms. Veertien jaar raak ik mensen aan. Veertien jaar hoor ik hartverscheurend verdriet. Al veertien jaar prik ik, catheteriseer ik, wondspoel ik, wissellig ik, sondevoed ik en maak ik mensen beter. Soms. Dat lukt niet altijd. Je kunt niet altijd winnen van de natuur. Maar ik doe mijn best.


Wat zie ik vaak de ogen groter worden van studenten verpleegkunde. Vanwege al dat catheteriseren en sondevoeden. Als ze mee mogen naar een cardioversie (waarbij een dokter met een enorme stroomstoot het hart even stillegt). Als ze hechtingen mogen verwijderen. Als ik een infuusnaald in een bloedvat schuif. Als medicijnen worden toegediend, langs die naald, het lichaam in. Wat cool. O nee, ‘cool’ zeiden ze honderd jaar geleden, ‘vet’ bedoel ik.

Toch wil ik even zeggen, verpleegkundigen in opleiding, dat al die lijnen, slangen, wonden niet het vak interessant maken. Het gaat niet om de apparaten en handelingen. Het gaat om de ogen. De ogen van een patiënt, cliënt, bewoner, die maken ons werk fantastisch. De mens om de slangen. De mond om de pillen. Dat maakt ons vak zo boeiend.

Vorige week nog, ging ik strálend naar huis. En ik had keihard gewerkt en met excreta gejongleerd, gedacht dat ik al dat werk nooit op tijd af zou krijgen. Ik heb echt niet alles leuk gevonden die dag. Er waren flink vieze klussen, dikke tranen, heftige discussies. Maar ik ging (uitgeput) breed grijnzend naar huis. Wat een beroep heb ik, dacht ik, wat is dit gaaf.

Een meneer op een bed, gaf mij een zweterige knuffel. Een mevrouw bood mij een vies dropje aan. Iemand vloog op op de gang: ‘Sandra, wat ben ik blij dat jij er bent!’ Wat gaaf. Met een paar woorden of soms met helemaal niks zeggen, iemand helpen. Dát is wat ons beroep zo allemachtig ingewikkeld en allesoverheersend fantastisch maakt.

Iemands ogen lezen en weten wat je ermee moet. Iemands baard scheren tot er weer een mens onder vandaan komt. Iemands haren wassen. Moet je zien hoe mensen daarvan genieten. Een goed gesprek, dwars door je drukte. Even een grapje aan een sterfbed. Iemand een compliment geven die met zeer veel tegenzin jouw instructies opvolgt en uit bed komt. Kijk eens naar die ogen van die man, wankel in zijn schoenen, die ogen die jij een beetje hoop geeft.

Lieve toekomstige verpleegkundigen, het gaat allemaal niet makkelijk worden. Je gaat huilen, balen, schelden, uitgescholden worden, onderdrukt worden door artsen, bemopperd door laboranten. Niet elke patiënt is blij om je te zien. Niet elke collega is even gezellig. Je gaat de dood in handen houden. Van jou gaat leven afhangen.


Maar als je kijkt in de ogen van een patiënt, aan het eind van jouw drukke, vermoeiende, ingewikkelde, allesverslindende, lange dienst, als je zegt: ‘tot morgen!’ dan zul je in die ogen zien wat jij waard bent. Dat je een goed mens bent. Dat je iets hebt veranderd in de wereld, in het piepklein. En dan weet je: je hebt een kei-mega-vet-cool-gaaf beroep gekozen!

Volg Sandra vooral ook op twitter!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten