Als verpleegkundige werk je met veel verschillende soorten
mensen. Dik en dun, groot en klein, stil of druk, maar ook mensen die vaak
chagrijnig zijn of juist altijd vrolijk. De mensen waarbij je voor je gevoel
niks goed kan doen, vind ik altijd erg lastig.
Er was een meneer op de afdeling waar ik stage liep, die altijd heel goed wist hoe hij het wilde hebben en hij liet dat dan ook duidelijk weten, vooral bij stagiaires en nieuwe collega's. Veel stagiaires vonden het vervelend om er te komen omdat je er domweg werd uitgestuurd wanneer je iets niet deed zoals hij dat graag wilde. Hoe hard je ook je best deed, jij als stagiaire kon het toch niet. Dus geen bedankje, alleen maar kritiek. Op die momenten denk ik soms, waarom wilde ik ook al weer verpleegkundige worden?
Met een grijs wolkje boven je hoofd, toch
weer met een opgeheven hoofd naar de
volgende bewoner. Op naar een mevrouw met Parkinson. Ze kon niet meer lopen en
zat in een rolstoel. Zo vaak mogelijk probeerden we een paar oefeningen met
haar doen om haar nog enigszins in beweging te houden. Helaas ging het bewegen
door haar ziekte niet meer zo vanzelfsprekend. Linkerarm omhoog. Hè, lukt niet
zo goed... De rechterarm proberen. Ook
niet meer optimaal. Dan het ene been omhoog, dat ging al beter. Dan nog de
andere en ja hoor, gelukt! Van een strakke en emotieloze gezichtsuitdrukking
naar een oprechte trotse blik en een brede glimlach. Ik smolt. Het was maar een
moment maar genoeg om mij al die tijd bij te blijven.
Aan het einde van de oefeningen was mevrouw moe en ondanks
alles kreeg ik toch van haar te horen: "hartstikke bedankt zuster!"
Van alle mensen die je als verpleegkundige helpt, zitten er veel mensen bij die altijd blij zijn met wat je doet en dat (gelukkig) ook laten merken. Hoe donker mijn wolk boven mijn hoofd soms ook is, hij wordt altijd iets lichter wanneer ik hoor: Bedankt zuster!

Geen opmerkingen:
Een reactie posten