woensdag 2 april 2014

Blog Josina: eekhoorntje

Maandagochtend, 06.45 uur. Tegen de dag opkijkend loop ik naar binnen en bedenk hoe deze dag eruit zal gaan zien. Terwijl ik denk, loop ik op de automatische piloot naar de post. Een paar collega’s zijn al binnen, helder en wakker. Zelf moet ik toch even op gang komen, zo vroeg op de maandag. Ik kijk in de agenda en zie dat er weinig in staat. Mooi, denk ik, dan kan ik het vandaag rustig aan doen. “Waar zit je met je gedachten?” vraagt een collega. Ik kijk op en reageer:” Oh, sorry. Vroeg je iets aan mij? Ik ben geloof ik nog niet helemaal aanspreekbaar.” Mijn collega vraagt of ik vandaag even langs hét echtpaar wil gaan tijdens de ADL. Dit echtpaar heeft ieders hart gestolen hier op de afdeling. “Ja hoor, ik zal het gelijk opschrijven.”

Rond 08.30 loop ik naar hét echtpaar. Netjes klop ik op de deur, en ik hoor een vrolijke stem roepen. Ik doe de deur open en loop de kamer in, kijk om het hoekje van de muur maar ik zie niemand. Ik loop door naar de slaapkamer en ja, daar ligt meneer B, samen met zijn vrouw, mevrouw G in bed. Hand in hand, stralend. “Ik kom u vandaag helpen bij de ADL. Vindt u dat goed?” “ Natuurlijk vinden wij dat goed. Je kent ons al zolang we hier wonen.” Dat is waar. Meneer B en mevrouw G wonen hier nog maar kort. Ze moesten hier komen wonen omdat meneer en mevrouw allebei terminaal waren. Opeens werd alles anders in hun leven en voor ons kwam er een zware taak bij. Maar daar zijn wij hulpverleners voor. “U mag vast naar de badkamer gaan, meneer B. Ik kom er zo aan.” Ik pak wat spullen die ik denk nodig te gaan hebben en loop naar de badkamer. Meneer was alvast begonnen met wassen. Tijdens het wassen vertelt meneer over zijn uitzicht vanaf de kamer. “ Sinds mijn vrouw bedlegerig is geworden, komt hier elke dag een eekhoorntje langs het slaapkamerraam lopen.” Ik praat hier met meneer over door en geniet van alle leuke dingen die meneer vertelt. Nadat meneer de kleren aan heeft, loop ik naar mevrouw om enkele controles uit te voeren. Ik meet de temperatuur, de bloeddruk en ik tel de pols. Mevrouw G lacht naar me alsof ik een grap heb verteld. Die lach onthoud ik in gedachten. Wie kan mij immers vertellen of ik mevrouw volgende week weer zal zien?

 Als ik klaar ben bij het echtpaar, en de kamer weer uit zal lopen, zegt meneer: “Zeg Josina, hoe gaat het met mijn vrouw?” Ik loop terug de kamer in en ga zitten op de stoel naast meneer. “Ik weet het niet meneer. Ze kan vandaag sterven, maar het kan ook nog wel een week duren.” Meneer zucht diep en kijkt naar zijn vrouw. Dan kijkt hij naar mij. “Dankjewel voor je zorg meid. En tot volgende week.”  “Graag gedaan meneer, en tot volgende week!” Ik loop de gang op. Komt er voor mevrouw nog wel een volgende week..? Vol gedachten doe ik deze dag verder mijn werk.

Een week later kom ik weer op kantoor. Ik bekijk de map met alle bijzondere mededelingen over de zorgvragers. Tot mijn schrik lees ik dat gisteren mevrouw G is overleden. Mijn gedachten waren juist.. Voor mevrouw komt er geen volgende week meer. 

Ik stel voor om vanmiddag even langs meneer B te lopen. Ik breng nog even een bezoekje aan meneer B en neem afscheid van mevrouw G. “Er kwam geen volgende week meer voor mijn vrouw.” Dat is wat meneer als eerste tegen mij zegt. Nadat ik even tijd heb genomen om met meneer te praten, wil ik weer weglopen. “ Kijk, kijk,” zegt meneer, “daar is het eekhoorntje weer.” Ik draai me om en kijk. Inderdaad, daar is het eekhoorntje weer.  Hij blijft staan voor het raam, kijkt naar binnen, en draait zich weer om. Meneer geniet hiervan. Niet wetende dat het eekhoorntje 3 maanden later weer zou komen, om afscheid te nemen van meneer.

1 opmerking: