donderdag 3 april 2014

Blog Annemiek: droog brood

´s Morgens zie ik in de agenda een hele planning staan. Een agenda vol krassen, strepen en letters… Gelukkig kan ik goed ontcijferen en staat er onder de tekeningen dat er vandaag twee bewoners op pad gaan met de taxi. Een ritje in de achtbaan, van links naar rechts. Een dollemansrit waarbij er geen rekening wordt gehouden met de leeftijd van de bewoner.


Mevrouw W. wordt om 11 uur opgehaald met de taxi om ´s morgens naar een begrafenis te gaan van haar zoon en ´s middags nog op verjaardagvisite van haar zusje. Wat een hectische dag waarbij ze uitgeput en slapend thuis zal komen en van de terugreis dus niks zal merken hoe de taxichauffeur rijdt. Mevrouw laat ik lekker liggen tot 10 uur zodat het haar geen extra energie kost en dus niet het risico loopt om al snurkend in de kerkdienst te zitten. Ik smeer een heerlijk, uitgedroogd broodje met jam want dit brood is helaas de vorige dag niet goed afgesloten. Gelukkig vindt mevrouw het heerlijk.

Ik ga naar meneer B. omdat hij om 10 uur zou worden opgehaald met de taxi, de dollemansrit, om naar huis te gaan. Hij wacht al met smart op mij! “Is het al half 9?” zegt meneer wanneer ik hem wakker maak. “Vandaag is het maandag en u gaat naar huis, naar uw vrouw.” Daar springen de ogen open en in een snel tempo ziet hij mij staan en begint te lachen. Na het wassen gaat meneer op de po-stoel. Helaas, vandaag niet goed gemikt! De hele po-stoel incuslief de grond komt onder de dunne ontlasting. Straks maar poetsen, ook al is daar bijna geen tijd voor. Ik breng meneer na het avontuur op de po-stoel naar de woonkamer om aan zijn broodje, wat ook uitgedroogd is, te beginnen.

“Goedemorgen!” klinkt er vanuit de deuropening. De taxi? Ja, de taxi! Een half uur te vroeg voor meneer. Ik trek in een sneltempo meneer zijn jas over het hoofd maar hij komt nogal strak in de jas en krijgt de armen amper naar beneden. Waar is de bontkraag en de gele sjaal? De verkeerde jas. Er hangt namelijk nog een dezelfde kleur jas op de kapstok die van meneer is en waar dus de bontkraag en gele sjaal in zit. Snel deze aan en met de taxi mee, de dollemansrit tegemoet. “Het broodje moet onderweg maar opgegeten worden.”

 Inmiddels is het 10 uur geweest, maar daar staat de volgende taxi ook al terwijl die om 11 uur pas zou komen! En mevrouw W. ligt nog op bed. Hoe kan dat nou? In de agenda stond toch echt 11 uur! Samen met mijn collega gaan we snel met een washandje over het lichaam van mevrouw waarbij we door de haast een aantal plekjes vergeten. Ach,  ze wordt toch elke dag goed gewassen dus één keer is toch niet zo erg? Ook moet het katheterzakje nog verwisseld worden… nou, dat moet vanavond dan maar want daar hebben we nu geen tijd meer voor en we hebben de broek al over de knieën. De kleren ruiken heerlijk naar Robijn, wat ons afleidt.  Snel door.  We plaatsen mevrouw snel in de rolstoel zodat ze snel met de taxi meekan en wat een mazzel dat ze al haar ontbijt heeft gehad.

Om half 12 kunnen we gaan lunchen. Kijk, daar is dat uitgedroogde brood weer want het is zonde om het weg te gooien. Dat kon in de tijd van de Tweede Wereldoorlog ook niet. Een bewoner vindt het brood overheerlijk, maar wel met honing. Hij smult van het broodje maar doordat hij een kunstgebit heeft en het brood zo uitgedroogd is, krijgt hij de korsten niet kapot en wordt dus de korsten op een andere manier opgegeten; sabbelen. “Zal ik het brood maar wegdoen?” vraag ik na 5 minuten sabbelen op een korst. “nee, dit is voor de konijnen” en legt de korst op het bord neer… maar ik denk zelfs dat de konijnen dit harde, uitgedroogd en gesabbeld stukje korst van het brood niet eens meer willen hebben…

Geen opmerkingen:

Een reactie posten