maandag 12 mei 2014

Tamar: de wondere wereld van dementie

Het einde van mijn stagedag zit er alweer bijna op. Nog drie bewoners die ik naar bed moet brengen, rapportage schrijven en nog even kletsen met mijn collega’s en daarna snel op de fiets weer naar huis.
Ik begin bij mevrouw de Haan, daar blijf ik namelijk altijd wel even hangen. Ook al haal ik haar kunstgebit eruit, het kleppert mooi door.


Kleren uit, pyjama aan en snel onder de wol. Ik ben al bijna de kamer weer uit wanneer mevrouw me terugroept: ‘’Zuster, zou u de wasmachine nog even uit kunnen zetten? Ik word knetter gek van dat gebrom’’. Ik kijk de kamer rond maar zie ‘natuurlijk’ nergens een wasmachine staan.
Al wijzend roept mevrouw de Haan: ‘’Kijk, daar in het hoekje!’’. Ik doe net alsof ik het zie en loop in de richting die ze aanwijst. ‘’Welk knopje is het?’’ vraag ik haar, en ik doe net alsof ik druk aan het zoeken ben. ‘’Iets meer naar links, zuster!’’ commandeert mevrouw. Ik geef een fikse draai aan de knop en mevrouw brult vanuit haar bed: ‘’Goed zo zuster, eindelijk weer rust!’’ Ik wens haar een fijne avond en loop glimlachend de kamer uit.

Nu maar eens kijken of meneer Spoelstra zijn advocaatje al naar binnen heeft gewerkt.
 Zodra ik de ruime huiskamer in loop komt me een vervelende geur tegemoet. Waar zou dat vandaan komen? Meneer Spoelstra en mevrouw van der Meulen zitten gemoedelijk tegenover elkaar. Mevrouw van der Meulen aait vol overgave onze huiskat wat in werkelijkheid een knuffelkonijn is en meneer Spoelstra humt zachtjes een liedje uit de oude doos.

Hoe dichter ik bij meneer Spoelstra in de buurt kom, hoe sterker de vreemde lucht. Het kan niet missen, meneer heeft in zijn broek gepoept.‘’Meneer, zullen we maar naar uw kamer toe gaan?’’  Glimlachend kijkt meneer Spoelstra me aan, ‘’Ja zuster, goed plan’’. Ietwat wankel staat meneer op en gearmd lopen we naar zijn kamer. Eenmaal daar aangekomen vraag ik meneer waarom hij niet aan mij gemeld heeft dat hij in zijn broek heeft gepoept. ‘’Zuster’’ antwoord meneer terwijl hij al begint met uitkleden voor de nacht, ‘’Het was toch veel te gezellig in de huiskamer om naar het toilet te gaan, dat kon best even wachten’’.  
Ik kijk meneer aan en begin te lachen. ‘’Goed, laat ik u eerst maar eens verschonen’’.

Na ongeveer een kwartiertje ligt meneer schoon en wel in bed en wens ik hem een goede nacht.
Als ik terugkom in de huiskamer heeft mijn collega mevrouw van der Meulen al toegestopt. Nog even een rapportage schrijven en dan zitten alle taken er weer op.

Na een lange, drukke dag zit ik weer op de fiets naar huis. Onderweg naar huis besef ik hoe blij je moet zijn als je gezond bent. Ongelofelijk wat een ziekte als dementie met een mens kan doen. Je hebt er geen grip op, het overkomt je.
Triest. Maar toch levert het veel leuke, grappige verhalen op.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten