“Dat werken in de zorg, wat houdt dat nou eigenlijk precies in?” Die vraag heb ik de afgelopen maanden vaak aan mijn collega’s gesteld. Als je als docent Nederlands van buiten het vakgebied komt, kun je je er van alles bij voorstellen, maar beter is het om gewoon eens op de werkvloer te gaan kijken. Dat deed ik dan ook, 7 november 2013. Om thuis te keren met veel indrukken. Vol bewondering voor mijn leerlingen.
Het is donderdag, 8 uur ’s ochtends. Iets vroeger dan mijn eigen werkzaamheden normaal gesproken beginnen, maar in het ritme van een ziekenhuis is het al laat. Als ik ziekenhuis Nij Smellinge binnenstap voel ik me meteen ongemakkelijk. Ik voel me meteen patiënt. Idioot, want ik kom hier voor iets heel anders.Wekenlang heb ik bij mijn leerlingen gezeurd of ik deze –voor mij lesvrije- donderdag eens mag stagelopen bij hen op de werkvloer. Veel leerlingen vonden het een geweldig idee, maar concrete uitnodigingen bleven uit of waren om allerlei redenen niet haalbaar. Collega Auktje, stagecoördinator, schoot te hulp. Zij regelde voor mij een meeloopochtend op de verpleegafdeling Chirurgie/Urologie van Nij Smellinge. Wel dertig keer heb ik haar gevraagd of het allemaal wel kon, of ik niet in de weg zou lopen, of patiënten zoiets wel konden waarderen… het bleek dat in mijn beleving een ziekenhuis moeilijker doet dan in de werkelijkheid. Ik ben namelijk méér dan welkom. “Een leraar Nederlands die interesse toont, vinden ze leuk!”. Ok, ok. Dat is mooi. Maar dan moet ik de afdeling nog wel kunnen vinden… en een beetje op tijd ook. Even voor achten meld ik me op de afdeling. Linda, mijn eerste contactpersoon, ontvangt me gastvrij. Of ik even mee wil lopen naar beneden, want ik moet wel in ziekenhuiskostuum. De kleding halen we beneden, via een ingenieus systeem waarbij je via een touchscreen scherm je broek en jas oproept. Eenmaal boven wijst Linda me de kleedkamer/lockerrroom/toilet/garderobe van het personeel. “Kleed je maar even om”.
Eh, ja… ? Ik bedenk me dat ik hopeloos slecht ben voorbereid. Wat zijn eigenlijk de do’s en don’ts in dit geval? Ik zie onder de kapstok de Crocs staan. Had ik nog ander schoeisel moeten meenemen? En zo’n broek, gaat die nou over mijn eigen broek heen? En ik heb een overhemd met lange mouwen, mogen die wel onder de korte mouwen uitkomen? Ik heb geen idee. Ik voel me echt zoals ik me ook zou moeten voelen denk ik: een kat in een vreemd pakhuis, een stagiair op zijn eerste dag, hopeloos onzeker en angstig. Lekker dan. Nou ja, laat ik het maar doen zoals het mij goed lijkt, ik krijg vanzelf wel commentaar. Nog even via de mobiel een selfie maken in de spiegel, ik denk dat ik mijn mobiel iets minder ga zien dan anders.
Ik mag beginnen met koffie. Fijn, dat ben ik gewend. Ik word vandaag gekoppeld aan Wilma, bijna afgestudeerd MBO-verpleegkundige. Dit is haar laatste stage. Wilma is geen leerlinge van mij, maar dat had zomaar kunnen zijn. Bovendien lopen er wel leerlingen van mij op de afdeling. Ik moet zeggen dat het me niet echt helpt als ze mij zo giechelig bekijken. Ik voel me al zo opgelaten in dit uniform. Maar goed, ik ben dit zelf aangegaan. Niet zeuren. Volgende week val ik hen weer lastig met d’s en t’s, signaalwoorden en tekstverbanden.
Wilma heeft vanochtend de verantwoordelijkheid voor vier patiënten en ze verzorgt een opname. Jazeker, dat doen stagiaires ook. Ik ben benieuwd.We maken eerst een ronde langs de patiënten voor wassen, aankleden en wondverzorging. Voor mij het eerste contact met ze. Nou ja, contact. Er is natuurlijk geen sprake van dat ik handelingen ga verrichten. Maar ja, dat voelt wel gek. Met de handen op de rug kijken hoe Wilma haar werk doet. Ook door de patiënten word ik hartelijk ontvangen. Ze liggen vrijwel allemaal bij te komen van een operatie. Dat betekent dat er wonden verzorgd moeten worden. Ik mag alles zien, en hoewel ik me af en toe best ongemakkelijk voel, helpen de patiënten mij over de schroom heen. Ik sta te kijken van de professionaliteit van Wilma. Haar oprechte betrokkenheid bij iedere patiënt, haar geduld, haar empathie. Leren wij die meiden dat allemaal? Of hebben ze dat al? Zal wel een combi zijn, maar ik vraag me meteen af in hoeverre mijn lessen Nederlands daartoe kunnen bijdragen. Nou ja, Nederlands? Wilma is Friestalig, en de meeste patiënten zijn dat ook. Daar ga ik dan met mijn lessen… Wat ook van een twintigjarige wordt gevraagd: schakelen. Van een patiënt die olijk, bijna flirterig met Wilma omgaat –en mij en passant vertelt wat een heldinnen hij de verpleegkundigen vindt- naar een 86-jarige man met veel pijn. Of hij meer medicatie mag. Die beslissing is niet aan Wilma, maar ze belooft hem dat ze voor hem gaat informeren. En waar ik denk dat ze hem nu gewoon maar met rust laat, gaat Wilma hem wassen. Terwijl ik denk dat alleen kijken hem al pijn doet… Maar de bewegingen van Wilma zijn zo doelgericht, dat dat meevalt. Dit zullen ze wel bij ons leren denk ik, maar iedere patiënt reageert natuurlijk weer anders. Ondertussen is de nieuwe patiënt er al. Mevrouw krijgt ’s middags een kijkoperatie aan haar maag. Behoorlijk ingrijpend toch, als ik Wilma goed begrijp. Mevrouw is er met haar man. Ze heeft er geen bezwaar tegen als ik bij de intake ben. Tja, intake. Deze meiden doen dus al een intake. Ik word al nerveus van nerveuze mensen. Maar Wilma stelt mevrouw (én mijnheer) op haar gemak, neemt alle tijd voor haar ziektebeeld. Eventjes word ik alleen gelaten omdat Wilma iets moet ophalen, en ik probeer een gesprekje aan te knopen met het echtpaar. Het lukt mij niet. Het lúkt mij niet, waar ik normaal toch niet om woorden verlegen zit. Komt wellicht ook doordat ik ook niet op vertrouwd terrein ben.
Wilma neemt overigens een groot deel van de ochtend haar gereedschap mee: een pc op een hoge, verrijdbare tafel. De Computer On Wheels (COW). Het moge duidelijk zijn waarom: alles wordt geregistreerd in het ziekenhuis. Alles. En als taaldocent ben ik vooral nieuwsgierig naar welke rol taal hier speelt. Ik word al snel teleurgesteld. Verpleegkundigen moet veel gegevens invoeren. Heel veel gegevens. Maar het is vooral kale data-invoer: veel vinkjes zetten, een enkel zinnetje invoeren (“mw doet zelf het huishouden nog”) en vooral veel tabbladen openen. Natuurlijk was ook ik me bewust van de bureaucratisering in de zorg, maar het is toch even schrikken. Toch vind ik die rijdende computers wel wat hebben. Op een verpleegafdeling is dat natuurlijk een stuk efficiënter, maar waarom zouden niet wat meer bedrijven dat doen? Maakt het in ieder geval een stuk efficiënter.
Als mevrouw eenmaal haar kamer is gewezen, gaat Wilma nog in overleg over de man die zo’n pijn heeft. Overleg met de fysiotherapeut levert niet zoveel op, een blik op de medicijnstatus ook niet, het is echt wachten op de arts. Met die boodschap moet ze naar mijnheer toe. Dan is het een kwestie van slecht nieuws brengen, luisteren en de patiënt ruimte geven om zijn verhaal te doen. Nee, het is mijn vakgebied niet, maar of ik het zou kunnen… op mijn twintigste niet in ieder geval.Rond tien uur is het dan koffiepauze. Op de afdeling, dus dan kun je verwachten dat het een soort informeel werkoverleg is. Dat is het ook, want naast alle persoonlijke zaken worden ook patiënten besproken. Dat is logisch. Overigens gebeurt dat in alle respect. Ik was gewaarschuwd voor typische, macabere verpleegstershumor, maar dat blijft in ieder geval vandaag achterwege. Ik maak ook kennis met Sietze, afdelingshoofd. Hij heet mij enthousiast welkom. Aan het einde van de ochtend maakt Wilma nog een ronde in verband met de medicijnen. Ze voelt zich schuldig omdat ze al even niet bij een mevrouw, die zich ook gewoon erg goed redt, is geweest. Die mevrouw is overigens de laatste die dat Wilma kwalijk zal nemen, ze is inmiddels ziekenhuisveteraan. Ze baalt alleen steeds van de planning: “ik lig hier iedere keer weer in de vakantie”. Ik vraag me af waar mensen af en toe toch de kracht vandaan halen om zo opgewekt te blijven. Het is een heel verschil met de mevrouw die vanochtend binnenkwam. Nog voor haar operatie heeft ze besloten in pyjama in bed te gaan, ze is meteen patiënt. Het is niet aan Wilma om daarover te oordelen, en dat doet ze ook niet. Bij een van de patiënten moet Wilma een antibioticum brengen, en dan word ik geconfronteerd met een staaltje moderne check-double check in het ziekenhuis: dat mag ze niet zelf doen. Nou ja, dat wel, maar voor ze uitgifte doet (uiteraard alles weer via de rijdende computer) moet een andere verpleegkundige inloggen en dit sanctioneren. Dat zal logisch, veilig en in het belang van de patiënt zijn, maar die collega is niet altijd in de buurt. Dan is het wachten. En zo wordt er veel gewacht op een verpleegafdeling. Logisch, verklaarbaar, maar niet altijd leuk. Wilma legt me alles uit. Infusen, wondverzorging, drains, katheters… ik zie alles voorbijkomen. Alles waar ik op voorhand zo zenuwachtig van kan worden. Maar voor Wilma en haar collega’s is het uiteraard dagelijkse kost. Maar wat me vooral bijblijft is de verantwoordelijkheid die deze jonge stagiairs dragen.
Ik loop al lang genoeg mee in het mbo om allerlei leerlingen in hun stage mee te maken, maar deze leerlingen hebben iedere dag weer te maken met de mens in zijn meest kwetsbare vorm. Een 20-jarige leerlinge, die op maandag bij mij in de les hoogst irritant aanwezig is, moet de dag daarop een 86-jarige geruststellen en vertellen dat hij de pijn nog even moet doorstaan. Voor mij is het contrast gekmakend groot. Het is goed dat ik hier ben geweest. Nadat ik afscheid genomen heb van kanjer Wilma –na haar lunch moet ze maar gewoon even geen pottenkijkers meer hebben, heb ik besloten- praat ik nog even met afdelingshoofd Sietze. Hij begrijpt waarom ik onder de indruk ben, en hij geniet zelf ook van de ontwikkeling die jonge verpleegkundigen op zijn afdeling doormaken. En, heel belangrijk, volgens mij krijgen ze ook goede feedback van deze man. Deze ochtend heeft mij zo ontzettend veel geleerd. Mijn oprechte dank gaat uit naar collega Auktje, die het contact legde. Naar de afdeling Chiruruge/Urologie van Nij Smellinghe, die mij zo gastvrij ontving. De patiënten, die mij toelieten in hun persoonlijke ruimte. En natuurlijk naar Wilma, die mij een inkijkje in haar werk gunde. Het was leerzaam en indrukwekkend tegelijk.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten